De turquoisine parkiet- Neophema pulchella:

De turquoisine parkiet is ongeveer twintig centimeter lang. De bovenzijde van de kop en lichaam zijn helder groen. Het gezicht is blauw, maar de wangen zijn bleker. De borst is geel met een groene schub tekening. De onderzijde van het lichaam is geel. De man heeft een rode band (Schouder balk) op de vleugels.

De kleine en middelste dekveren van de vleugels zijn turquoiseblauw. De rand van de grote slagpennen en van de grote dekveren zijn donkerblauw. De staart is groen, maar de buitenste staartpennen zijn geel getint. De ondervleugelstreep ontbreekt bij de volwassen man. De snavel is donkergrijs, de ogen zijn bruin, de poten grijs.

Bij het vrouwtje is de helderblauwe kleur op het gezicht minder uitgebreid. De teugels zijn geelachtig wit, de borst is groen. Ze heeft geen rode band op de vleugels. Ze heeft meestal wel een ondervleugelstreep. De jongen zijn doffer. Het mannetje heeft een beetje rood op de vleugels. Ze hebben een ondervleugelstreep. Het blauw van de dekveren is bij de mannetjes intensiever

Leefomgeving van de Turquoisine parkiet:

De turquoisine parkiet leeft in Zuid-Oost Australie, van het Zuidoosten van Queensland tot Victoria. Ze leeft in open bossen en beboste weiden op berghellingen en langs waterlopen. Ze is niet algemeen. In de regel is het een standvogel, Ondanks een enkele plaatselijkeleefomgeving Turquoisine parkiet trek. Ze word vaak waargenomen alleen, paarsgewijs of in groepjes. Overdag als het warm is, houd ze zich op in de schaduw van bomen of struiken.

De rest van de dag word op de grond door gebracht op zoek naar voedsel; zaden van grassen, brandnetel, distels, vogelmuur. Ze gaat heel voorzichtig drinken voor zonsopgang en bij het vallen van de avond. Het kweekseizoen begint in augustus en duurt tot in december.

Het nest bevind zich in een holte van een boom of in een boomstronk op de grond. De holtes kunnen erg diep zijn. Op het vermolmde hout worden vier tot vijf eieren gelegd. Het broeden duurt een twintigtal dagen. Alleen het vrouwtje broedt en dat doet ze getrouw. Op een leeftijd van ongeveer vier weken verlaten de jongen het nest. Rond vier tot vijf maanden krijgen de jongen hun volwassen verenkleed.

Geschiedenis en herkomst van de Turquoisine parkiet

Bij de kolonisatie van Australië door de Europeanen was de Turquoisine parkiet zeer talrijk en werd reeds ontdekt in 1788 en voor het eerst beschreven door Shaw in 1792. Tot 1890 was hij zeer algemeen in New South Wales, vooral in de omgeving van Sydney.

Daarna volgde een dramatische terugloop van de populatie en de Turquoisine parkiet verdween uit grote delen van zijn verspreidingsgebied. In 1911 meldde North dat ze verdwenen waren uit de omgeving van Sydney en dat er in gans New South Wales geen grote bestanden meer voorkwamen.

In 1917 stelde Mathews dat de soort in Victoria en New South Wales waarschijnlijk was uitgestorven. Eveneens was er een terugloop van het bestand in Queensland, het noordelijke deel van zijn verspreidingsgebied. Rond 1930 werden ze opnieuw meer opgemerkt en in de volgende twintig jaar nam de populatie toe in zuidoost Queensland, noordelijk New South Wales en de omgeving van Sydney.

De laatste decennia bevolkt hij terug grote delen van zijn verspreidingsgebied. Het zijn vogels van de savannegebieden afgewisseld met lichte bebossing. In het grasland vinden zij vooral hun voedsel, terwijl de bebossing hen bescherming biedt tegen hun vijanden en meteen ook de geschikte broedgelegenheid biedt. Ze worden meestal aangetroffen per paar of in familieverband, tot dertig stuks tesamen.

Ze voeden zich voornamelijk met allerlei zaden die ze vooral op de bodem gaan zoeken. Hierbij zijn ze gemakkelijk tot op enkele meters te benaderen. Typisch is vooral, wanneer ze opgeschrikt worden ze dan zelfs nog niet direct opvliegen, maar eerst een stuk verder over de grond lopen, vooraleer op te vliegen.

Het nestelen gebeurt meestal in een eucalyptusboom, waar in een geschikte holte vier tot vijf eieren worden gelegd, die door de pop 18 tot 20 dagen worden bebroed. Hierbij wordt ze verschillende keren per dag door de man gevoederd. In 1852 kwamen voor het eerst Turquoisineparkieten terecht in de zoo van Londen, waar ze ook werden gekweekt. De dierentuin van Antwerpen slaagde in 1862 eveneens in de kweek van deze soort.

Afmetingen:

De lengte 24 cm.wildkleur Turquoisine Parkiet De staart bepaalt ongeveer 40% van de totale lengte.Vleugelspanwijdte: 34 centimeter Gewicht: gemiddeld 40 tot 50 gram

Voortplanting :

Geslachtsrijp: met 1 jaar Broedperiode: tussen augustus en december Aantal legsels per jaar: 2 Legsel: 4-6 Broedduur: 18 tot 20 dagen bij vaste broed(Vaste broed is meestal na de leg van het derde ei) Nestverblijf: Ongeveer 30 dagen na uitkomst van het ei

Gedrag:

De turquoisines behoort tot de vogelsoorten die zonder moeite met andere vogels in één volière gehouden kunnen worden. Ze hebben een zacht karakter en verdragen heel veel van andere vogels. Zelfs in een gezelschaps volière is kweken met deze vogel makkelijk.

Een enkele turquoisineparkiet houden kan ook, parkieten zijn nu eenmaal groepsdieren zodat daar de voorkeur niet naar uitgaat. Tijdens de kweekperiode is het oppassen met de mannen. Deze kunnen onverdraagzaam worden ten opzichte van mannelijke soortgenoten en andere neophema soorten. Turquoisine parkieten zijn zoals eerder aangegeven hele rustige vogels. Overdag zijn ze niet echt actief.

Vaak zitten ze dan een beetje te sukkelen op een stok. In de ochtend en in de avond zijn ze echter wel actief. Ze vliegen dan veel door de volière of scharrelen wat over de grond op zoek naar voedsel. Turquoisine parkieten maken geen herrie, het geluid wat ze produceren is een zacht soort gefluit.

De turquoisines zijn ook geen sloper. De volière kan om die reden goed van hout gemaakt worden. Planten laten ze ook met rust. Turquoisines nemen graag een bad in een ondiepe schaal met water.

Verspreiding:

In het rood staat aangegeven waar de soort het meeste voorkomt.

Het houden in gevangenschap:

De turquoisines, ook wel Edwards’ parkiet genoemd, is onder liefhebbers de meest gewaardeerde neophema. Een mooi mannetje in goede konditie kan zelfs wedijveren met een mannetje van de splendidparkiet. Het is een ideale vogel voor een beginneling want het is een sterke, vruchtbare, dus goedkope soort. Drie legsels zijn niet zeldzaam. Men moet soms zelfs de nesten weghalen voor er een vierde legsel begint.

Omdat de turquoisines snelle vlieger zijn, heeft ze een voliere van minimaal twee meter lang nodig. Haar schoonheid zal er des te beter uitkomen. Ze kan echter in een grote kooi gekweekt worden. Kijk echter uit voor haar zenuwachtigheid; schedelletsel als gevolg van een botsing kan vlug opgelopen worden. Alvorens deze soort te kopen moet men voorzichtigheidshalve aan de kwekers vragen, hoe de kweekkoppels gehuisvest zijn.

Als ze aan een grote voliere gewend zijn, is een kooi voor jongen ervan niet aan te bevelen. Als u daartegen jongen hebt, die bij u in een grote voliere geboren zijn en die u na het spenen aan een grote kooi gewent, dan kunt u overwegen hier mee in de toekomst in een grote kooi te kweken. De turquoisineparkiet is de meest vechtlustige van alle neophema’s het is echter niets vergeleken met de rossela’s bijvoorbeeld.

Buiten het kweekseizoen kunnen de volwassen koppel opnieuw gevormd worden. Tijdens die perioden moet elk koppel apart gezet worden. Het is zelfs aan te bevelen om geen twee koppels turquoisine- of splendidparkieten naast elkaar te zetten, maar tussen elk koppel elegant of bourke parkieten te zetten De turquoisine baadt graag. Men moet dus voor een badschaal met zuiver water zorgen. Ze is verzot op allerlei groenvoer en halfrijpe zaden en ook op verschillende bessen (vuurdoorn, lijsterbes) en fruit (appel vooral).

Kweek:

De nesten worden in de loop van maart opgehangen. enige weken later worden vier tot zes eieren gelegd. Het broeden begint bij het derde ei en duurt achtien tot twintig dagen. Zoals alle neophema’s worden de jongen geringt met ringen van 4.0 mm doorsnee Tijdens het opkweken van de jongen mogen opfokvoer.. Broedblokmaten zijn uitlopend van ongeveer 15/15/20 tot 20/20/30 centimeter. Ook leg ik houtkrullen in het blok maar ook is een mix van turfmolm en zaagsel mogelijk.

Kruisingen:

Kruisingen voornamelijk met de splendidparkiet gaat zeer gemakkelijk en geeft vogels met prachtige kleuren bij de mannetjes, waarbij het rood van de splendid parkiet samen gaat met de rode vleugelstreep van de turquoisine parkiet. Veel van die kruizingen zijn onvruchtbaar, andere zijn wel vruchtbaar.

Het is echter jammer deze koppeling te doen. Ter informatie: de turquoisine parkiet heeft zich niet alleen gekruist met de splendid parkiet, maar ook met de elegant en de blauwvleugelparkiet. Bij het kopen van Turquoisine parkieten moet men er goed opletten ras zuiveren vogels te kopen en geen kruisingen of splendids(vrouwtjes). Het voornaamste verschil tussen turquoisine vrouwtjes en splendid vrouwtjes is te zien aan de veerkleur van de teugels ; wit bij de turquoisine , bleekblauw bij de splendid. De intensiteit van het blauw van de kop is ook verschillend. Het verschil bij de jongen tussen de turquoisine en de splendid is te zien aan de intensiteit van het blauw van de kop en het groen op de buik.